De geschiedenis van de Keeshond

 

Er zijn veel Keesachtigen over de hele wereld verspreid. Ieder werelddeel heeft zijn eigen Keesachtigen. De stam van deze Keesachtigen heeft zijn wortels diep in het verleden liggen. De oudste overblijfselen die werden gevonden zijn waarschijnlijk die van de Turf- of Moerashond. Er zijn zelfs resten van die honden opgegraven in Zwitserland uit het stenen tijdperk. Deze overblijfselen inspireerde de oudheidkundige Rütimeyer tot het reconstrueren van de hondentype dat als stamvaders van de huidige Keesachtige beschouwd moet worden. De familie van de Keesachtigen worden getypeerd door een wigvormige schedel, staande oren en over de rug gekrulde staart, die meestal bevederd is met een vacht van vrij lange haren en afstaan van het lichaam. De hals wordt vaak getooid met een kraag.
Op allerlei afbeeldingen door de eeuwen heen vinden we de Keesachtige honden, hieruit kunnen we opmaken dat de Keesachtige altijd al wereldwijd verbreid was.
De oudste ons ter beschikking staande afbeelding is die op een Griekse waterkan, gemaakt in Athene en dateert ongeveer uit 400 jaar v. Chr. Het stelde een kind voor spelend met een Keeshond. Je kunt hier goed het Kezen uiterlijk onderscheiden. Uit ongeveer dezelfde periode dateert een Griekse vaas waarop een vrouw op een schommel afgebeeld staat, terwijl een Keeshond met de schommel hen en weer schijnt te hollen. We kunnen aannemen dat de Keeshonden met de bazen de Rijn zijn komen afzakken en als bewakers op schepen dienst deden.

In de Middeleeuwen wordt de Keeshond weer aangetroffen op een zegel in Amsterdam. Deze zegel verwijst naar een legende waarbij de Keeshond een belangrijke rol speelde. Nu bevindt de zegel zich in de Yale Universiteit in New Haven, Conn. , U.S.A.


Grady & Jovi

De Keeshond is eeuwenlang een hond van het gewone volk genoemd.
Sinds 1781 hielden twee partijen het land verdeeld; de patriotten en de prinsgezinden. Jarenlang is aangenomen dat de naam Keeshond ontleend was aan de patriottenleider, de Dordtse Raadpensionaris Cornelis (Kees) de Ghijselear. Men dacht dit omdat hij eigenaar was van de Spitszhond, die hem overal vergezelde, en spoedig werd zijn hond en de patriotten de Kezen genoemd. Dit werd echter in twijfel genomen na het ontdekken van een anoniem geschrift waarin de avonturen met zijn Kees werd beschreven. Hij beschrijft ook dat de meeste mensen niet weten dat de Keeshond helemaal niet vernoemd is naar de patriottenleider Cornelius.
Verder wordt ons verteld dat de kapitein van het Delftse exercitiegenootschap veel op een Keeshond leek en omdat de Kees zich in de buurt van de kapitein ophield, werd al spoedig spottenderwijs de kees “kapitein” genoemd en omgekeerd. Deze gewoonte verbreide zich steeds meer en langzamerhand ging de naam Kees over op degene onder het commando van de kapitein stonden en later op de patriotten in het algemeen. Uit het verhaal zou kunnen blijken dat de naam Kees al van oudere datum is. Opvallend is dat er veel beelden uit de Franse tijd van de Keeshonden zich tonen met een zogenaamde poedel model. Dit kan een kwestie van mode geweest zijn, maar het kan ook zijn dat het makkelijker was om te voorkomen dat er vuil in de broek bleef hangen.


Grady & Jovi

Er is bekend dat op de eerste Duitse tentoonstelling in 1863 in Hamburg drie Kezen ingeschreven waren, maar de kleur werd er niet bij vermeld.
Een van de eerste kampioenen was een zwarte Keeshond die zijn titel in 1903 behaalde en in 1903 waren dit de grijze Keeshonden Harry von der Maininsel en Fritz vom Hoppegarten. Het eerste Duitse stamboek voor Keeshonden werd in 1913 gepubliceerd en er waren 1050 Keeshonden van groot tot klein opgenomen. Hiervan waren er 699 van de grote Keeshond.
In 1924 is de Nederlandse Keeshonden club opgericht.
In 1927 heeft het Raad van Beheer aanvankelijk besloten om op tentoonstellingen aparte klassen in te stellen voor de Duitse spits en de Hollandse Kees, weigerde men op latere tijdstip om het ras in tweeen te splitsen. Daartoe geadviseerd door de Nederlandse Keeshondenclub. Het merendeel van de Nederlandse keurmeester was echter van mening dat de Hollandse Kees kleiner was dan zijn Duitse soortgenoot, die minder grof in schedel en voorsnuit en met een andere uitdrukking. Ook vond men dat de Hollandse Kees alleen in grijs mocht voorkomen en niet in andere kleuren. De keurmeesters gaven toe dat het moeilijk zou zijn dit Hollandse type vast te houden bij gebrek aan serieuze fokkers. In 1932 werd de poging gewaagd de tweede rasvereniging op te richten die uitsluitend de Hollandse Kees zou behartigen. De nieuwe vereniging wilde dat de Keeshond erkend zou worden als apart Nederlands ras waarbij alleen de grijze kleur bij toegelaten zou worden. In 1935 zijn de Dwergkeeshonden bij het NKC samengekomen tot een club.


(Bron: De Kees, eerste druk, Uitgever/copyright Nederlandse Keeshonden Club)